30 maart 2010

 

Eerste lezing uit het boek Jesaja (49, 1-6)

Gij eilanden, luistert naar Mij! Spitst uw oren, verre volken! Van de moederschoot af heeft de Heer mij geroepen, mijn naam heeft Hij al genoemd van de moederschoot af. Hij heeft van mijn mond een scherpsnijdend zwaard gemaakt en mij beschut met de schaduw van zijn hand. Hij heeft mij een spitse pijl gemaakt en mij in zijn koker geborgen. Hij heeft mij gezegd: “Mijn dienaar zijt Gij, Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden.” Maar ik zei: “Vruchteloos heb ik gezwoegd, mijn kracht verging in leegte en wind, maar toch behartigt de Heer mijn recht, en komt mijn beloning van God.” Thans echter heeft de Heer gesproken, die mij van de moederschoot af tot zijn dienaar gevormd heeft om Jacob terug te brengen naar Hem en Israël van de ondergang te redden. Ik sta bij de Heer in ere en mijn God is mijn sterkte. Hij heeft mij gezegd: : Gij zijt niet alleen mijn dienaar om Jacobs stammen op te richten en de gespaarden van Israël terug te brengen. Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan.”

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes (13, 21-33+36-38)

In die tijd toen Jezus met zijn leerlingen aan tafel aanlag werd Hij ontroerd en bevestigde: ”Voorwaar, Ik zeg u: een van u zal mij overleveren.” De leerlingen keken elkaar aan, in het onzekere wie Hij bedoelde. Eén van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan. Simon Petrus gaf hem een teken en vroeg hem: “Wie bedoelt Hij?” Toen leunde deze tegen Jezus’ borst en zei tot Hem: “Heer, wie is het?” Jezus antwoordde: “Hij is het aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen.” Na het stuk brood te hebben ingedoopt, reikte Hij het toe aan Judas Iskariot. En toen hij dit had aangenomen, voer de satan in hem. Jezus zei hem: “Wat gij te doen hebt, doe dat spoedig.” Maar niemand van de aanliggenden begreep waarom Hij dit tot hem zei. Omdat Judas de beurs hield, meenden sommigen dat Jezus hem opdroeg: ‘Koop wat wij voor het feest nodig hebben’, of dat hij ‘iets aan de armen moest geven’. Toen hij het stuk brood had aangenomen, ging hij terstond weg. Het was nacht.
Na zijn vertrek zei Jezus: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken. Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Gij zult Mij zoeken, en zoals Ik tot de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo zeg Ik het thans tot u. Simon Petrus zei Hem: “Heer, waar gaat Gij naar toe?” Jezus gaf hem ten antwoord: “Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, later wel.” Petrus vroeg Hem: “Heer, waarom kan ik U niet terstond volgen? Mijn leven zal ik voor U geven.” Jezus antwoordde: “Uw leven zult gij voor Mij geven? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Nog eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochend hebben.”

 

Overweging

Heeft u zich wel eens afgevraagd wat Jezus van zijn missie dacht? Dertig jaar leidde Hij een rustig, doorsnee leven als Joodse timmerman in het bezette Israël. Vervolgens reisde Hij drie jaar door het land, al prekend en dienend. En ten slotte werd Hij vermoord. Ongetwijfeld kwam Hij in de verleiding te denken dat het allemaal voor niets was, dat zijn tijd te kort was om alles te doen wat Hij wilde. En kijk eens naar de mensen die Hij de opdracht gaf om door te gaan met het verbreiden van zijn boodschap: vissers, tollenaars, prostituees – merendeels laag opgeleide, onbelangrijke mensen uit de provincie! 

Als alles van mensen afhing, zouden we er inderdaad niet best voorstaan. Maar dat is niet het geval! Daarom is het ook zo belangrijk dat we onze ogen gericht houden op Degene die aan het hoofd staat, die de kennis, de wijsheid en het inzicht bezit. Het is niet zo dat God in de laatste week van Jezus’ leven de controle was kwijtgeraakt. Onze Vader heeft altijd alles onder controle. Zijn plan mag ons verstand dan soms wel te boven gaan, maar geloof maar dat Hij een plan heeft, en dat is volmaakt!

De Joden hadden een plan, een Messias die het juk van Rome af zou werpen. Maar de Vader had Iemand op het oog die de duisternis van de wereld voor altijd zou verlichten. God bevoorrechtte de Joden en beloofde Jakob terug te brengen en Israël te verzamelen. Maar dat was in Gods ogen niet genoeg! “Het is te gering . . . om Jakobs stammen op te richten en om Israëls overlevenden terug te brengen.” Nee, in Jezus ging Hij veel verder en zorgde Hij ervoor dat het volgende waar werd: “mijn heil moet reiken tot in de uithoeken van de aarde” (Jesaja 49,6).

Ook wanneer we de gebeurtenissen zien waarbij de volgelingen van Jezus Hem verraden en Hem afvallen, als we eraan denken dat de zaken zo ver afwijken van wat iedereen dacht dat er zou gebeuren, moeten we dit bedenken: Gods macht en heerlijkheid en overwinning gaan boven alles uit. Verwarring, ontrouw, opschudding, zelfs de dood kunnen Gods plan niet tenietdoen. Hij is sterker en wijzer en creatiever dan alles wat zich tegen Hem verzet. De gebeurtenissen van de Goede Week zijn verwarrend, maar nooit ontmoedigend, want het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid behoren God alleen toe. Zijn volmaakte plannen eindigen altijd in de overwinning.

Gebed

Vader, ik geloof dat U alles in de hand hebt. Vergroot mijn zicht op Uw macht, Uw plannen en Uw overwinning. Laat het licht van Uw heil vandaag diep in mijn hart doordringen. Amen.